- par
- n. gelijke status of gelijk niveau; pari(koers)(:handel); standaard score voor elk gat op een golfterrein (Golf)par1[ pa:] 〈zelfstandig naamwoord〉1 〈geen meervoud〉gelijkheid ⇒ gelijkwaardigheid2 〈ook attributief; geldwezen〉pari ⇒ pariteit, nominale waarde3 gemiddelde/normale toestand4 〈golf〉par 〈maximum aantal slagen dat een goede speler onder normale omstandigheden nodig heeft om bal in hole te krijgen〉♦voorbeelden:1 be on/to a par (with) • gelijk zijn (aan), op één lijn staan (met)put (up)on a par • gelijkstellen, op één lijn stellen2 par of exchange • wisselparithe par value of these bonds is £100 • de nominale waarde van deze aandelen is honderd pondabove par • boven pari, boven de nominale waarde, met winstat par • op paribelow par • onder pari3 〈informeel〉 be up to par • zich goed voelen, voldoende zijn¶ par for the course • de gebruikelijke procedure, wat je kunt verwachten————————par2〈werkwoord; parred〉1 〈golf〉par spelen 〈zie par¹ 0.4〉
English-Dutch dictionary. 2013.